Home Columns Gekkenhuis en gevangenis

Gekkenhuis en gevangenis

Laatst had ik het wéér. In Breda, of all places. Daar was ik te gast bij een gezelschap ondernemers en vroeg iemand me waar ik vandaan kwam. ‘Uit Vught’, antwoorde ik naar eer en geweten. Want daar ben ik geboren én woon ik 52 jaar later nog altijd. ‘Oooh, Vught: van het gekkenhuis’, was de reactie. Op de terugweg naar huis zat ik daar in mijn auto toch over na te denken. Waarom wordt Vught al sinds mensenheugenis overal in het land geassocieerd met óf ‘het gekkenhuis’ óf ‘de gevangenis’? Want dat is de andere plek in Vught die kennelijk bij veel mensen is blijven hangen: onze PI, en dan vooral de Extra Beveiligde Inrichting.

Met gepaste verwondering vroeg ik mezelf af waarom Vught, mijn Vught, bij veel mensen toch uitsluitend met die twee fenomenen wordt geassocieerd. En waarom je eigenlijk nooit reacties krijgt als ‘Oooh Vught: met die prachtige IJzeren Man en Vughtse Heide’. Of ‘Oooh Vught: met dat mooie gemeentehuis en die bijzondere kerk’. ‘Oooh Vught: van dat Nationaal Monument.’ Of desnoods: ‘Oooh Vught: daar woont onze CEO’. Want eerlijk is eerlijk: Vught is voor veel mensen een plek waar het goed toeven is. En dan heb ik het dus niét over in het gekkenhuis of de gevangenis: plekken waar ik overigens nog nooit geweest ben.

Dit schreeuwt bijna om een marketingcampagne, die nog véél verder gaat dan de website die Vught nu moet promoten als een aantrekkelijke, voor toeristen interessante gemeente. Bezoek Vught heet die en daarop worden keurig de zogenaamde ‘Schatten van Vught’ op een rijtje gezet, wordt een uitagenda belicht en wordt het gratis parkeren in het centrum onder de aandacht gebracht. Hartstikke mooi, maar misschien allemaal nog nét wat te braaf, als je het afzet tegen het onderbuikgevoel dat Vught kennelijk bij veel mensen in den lande oproept. Daarom voel ik eigenlijk wel iets voor een nieuwe campagne, waarmee we al die criticasters meteen om de oren kunnen slaan en tot zwijgen kunnen brengen. Ik zie de borden al staan, op alle invalswegen van ons mooie dorp: ‘Welkom in Vught, waar de gekken en boeven gewoon opgesloten zitten.’ Alhoewel …

Ton de Kort

4 REACTIES

  1. Beste Ton,
    Uiteraard weet ik dat in een column zaken worden uitvergroot en scherp worden neergezet, maar deze column doet geen recht aan bewoners en cliënten van zorgpark Voorburg. Jammer dat je er nog nooit geweest bent maar kennelijk wél weet te melden dat zij daar “opgesloten” zitten. Reinier van Arkel doet al tientallen jaren pogingen om het zorgpark meer en meer deel uit te laten maken van de Vughtse gemeenschap en naar mijn mening met succes. Veel cliënten wonen gewoon in Vught en doen mee aan allerlei activiteiten en het maatschappelijk leven in Vught. Beschermd opgesloten worden alleen mensen voor wie de vrijheid een bepaalde periode ondraaglijk is door een ziekte of traumatische ervaring. Hen het stempel gek mee te geven is daarom kwetsend en pijnlijk.
    Toen ik als 12 jarig jongetje aan mijn vriendjes in Gorinchem vertelde dat ik naar Vught ging verhuizen zei er een: “Daar hoor jij echt thuis” en ik begreep niet wat hij bedoelde. Later begreep ik dat die opmerking betrekking had op het toen nog hermetisch afgesloten psychiatrisch ziekenhuis Voorburg.
    Tegen de achtergrond van voorafgaande stel ik voor de toegangsborden bij alle ingangen van Vught de volgende tekst mee te geven:
    “Welkom in Vught waar wij heel goed kunnen zorgen”

    Met vriendelijke groet,
    Fred de Man

  2. Beste Fred. Dankjewel voor je reactie. En je hebt natuurlijk volledig gelijk dat de term ‘gekkenhuis’ compleet misplaatst is, niet van deze tijd en al helemaal geen recht doet aan dat prachtige zorgpark. Maar het is kennelijk een etiketje wat Vught in het land nog steeds krijgt opgeplakt, door onwetenden. Jij, ik en veel anderen weten beter. Gelukkig. Maar ik voelde me geroepen om mijn column hieraan op te hangen. En dat mag – nee: móet – scherp. Vandaar ook die laatste regels, waarin de dikke knipoog hopelijk voelbaar is. Groet, Ton

  3. Hallo Ton
    Als ‘vroeger’ in Waalwijk iemand zich anders dan anderen gedroeg, werd al heel snel gezegd dat hij rijp was voor ‘een enkeltje Vught’. Dat imago heeft Vught, denk ik, al lang niet meer. ‘De nonnen van Vught’ , ‘De IJzeren Man’ en het ‘Nationaal Monument Kamp Vught’ zijn nu veel eerder de uithangborden van Vught. En op termijn wordt ‘DePetrus’ dat misschien ook wel. De gemeente Vught organiseerde afgelopen jaren bijeenkomsten over ideeën die ertoe moesten leiden dat Vught een aantrekkelijke gemeente voor toeristen/bezoekers zou worden. Dat heeft o.m. geleid tot de website ‘bezoekvught.nl’ met – uiteraard – de ‘Schatten van Vught’. Tot een nieuwe slogan is het toen niet gekomen. Ik vind – en daarom aansluitend bij jouw column – anno 2019 – de slogan: ‘Vught, zo gek nog niet!’ nog niet zo’n slechte.

    Groet,
    Geert van den Brand

  4. Ha die Geert,

    Dank voor je reactie. En mooi dat we het met elkaar eens zijn dat Vught véél te bieden heeft. Wellicht dat de direct betrokkenen bij Bezoek Vught en andere initiatieven iets met de suggestie voor de slogan kunnen. Ik vind het wel een vlag die de lading prima dekt. Als mijn column met een knipoog daar een steentje aan bij kan dragen, dan heiligt het doel de middelen, zo sprak hij bescheiden. 😉

    Groet,

    Ton

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in