Home Columns Dank U Sinterklaasje

Dank U Sinterklaasje

Door Ton Wagenaars

Ik denk dat ik ongeveer vijftien jaar was toen mij gezegd werd dat Sinterklaas niet bestond. Tot die tijd had ik een rotsvast geloof gehad in de grijsaard die in de koudste maand van het jaar bij ons over het dak reed. Niet heel vreemd want die rol is in Vught decennialang gespeeld door de heer Van der Steen Sr. en als vermaard schoenenverkoper en – vertegenwoordiger kon je bij hem met een gerust hart je schoen zetten. Daarenboven speelde hij zijn rol zo met overgave dat ik nu soms nog twijfel over de goedheiligman.

Deze Spaanse kindervriend bracht me in de jaren vijftig spanning, avontuur en afwisseling in het toch wel sobere bestaan. Geweldige jaren, die gezapige, soms hypocriete jaren vijftig waar wij, met honderden andere gezinnen zo heerlijk arm waren. Ik kon uren spelen met wat blokken die opgeborgen werden in een leeg, oud blik boenwas. De rest van mijn bezittingen was een stapel (kleur)boeken naast mijn stapel Engelbewaarders die ik iedere zaterdag op school eentje kreeg.

Sinterklaas beheerste wekenlang mijn leven al dook de bisschop maar zelden op na zijn triomfantelijke intocht aan het Versterplein waar hij met gitzwarte Pieten de grote kiosk beklom. Televisie was een novum en slechts op de woensdagmiddag was er een kinderprogramma met Dappere Dodo. Je moest Sint met zijn gevolg dus echt tegen het lijf lopen om te zwaaien. Contact werd gemaakt middels het schoorsteenkanaal dat destijds nog echt verbonden was met een heuse kolenkachel. Die brandde in die tijd ook volop, want in mijn verbeelding was het in de decembermaand vroeger Siberisch koud met de winter van 1963 als arctisch dieptepunt. Steevast zette ik iedere avond mijn schoentje na ettelijke liederen te hebben gezongen richting schoorsteenmantel want anders kon hij ze natuurlijk niet horen. In mijn schoen prijkte altijd een grote wortel voor de schimmel met daarbij een korst brood. Een tekening en een gedicht waren toegevoegd.

Wij waren echter niet gefortuneerd. We waren een pover gezin, waar het je aan niets ontbrak, maar waar overdaad niet aan de orde was. Vroeg ik in mijn gedicht om een bouwdoos of treintje dan kreeg ik een foto van een bouwdoos in mijn schoen… “Wat eten we vanavond?” was ook vaak de vraag in die donkere decemberdagen. Het antwoord was voorspelbaar: “Het begint met een -Z- en eindigt op “uurkool”.” Ik vond het prima: stamppot, wat wilde een kind nog meer?          

Ondanks het beperkte budget slaagde de sint er ieder jaar weer in om op zijn verjaardag onze eettafel boordevol presentjes te “rijden”. Ieder jaar had Zwarte Piet de tafel gedekt met een smetteloos wit tafellaken waarop alle cadeautjes keurig gerangschikt waren uitgestald. Ieder jaar volgens een heus protocol: de tafel moest geheel gevuld zijn, dus ieder jaar een nieuw avontuur van Suske en Wiske, ieder jaar de nieuwe gekartonneerde Kuifje en het nieuwste album van Sjors van de Rebellenclub. Vanaf mijn negende verjaardag werd de boekencollectie jaarlijks uitgebreid met een historische roman uit de series Gulden Sporen en Oud-Goud. Het moet mijn ouders kapitalen gekost hebben, maar ze zullen ongetwijfeld genoten hebben van hun zoontje, dat na het vinden van de buit zich tevreden nestelde op de bank om daarna urenlang weg te dromen in zijn bibliotheek. Naast de literatuur was er als vanzelfsprekend een speculaaspop, een suikerbeest, wollen sokken, een chocoladeletter T en de toen nog zeldzame zuidvruchten; de mandarijntjes… uiteraard rechtstreeks uit Spanje.

Wat kon een kind gelukkig zijn met weinig en hoe heerlijk te kunnen geloven in een mystieke figuur.

Heden ten dage zetten we weer de klomp. Nu wordt er geen verlanglijstje aan toegevoegd maar rond de klomp hebben we stapels overtollig speelgoed en spulletjes opgestapeld; beren bij beren, meubeltjes bij meubeltjes, puzzels bij puzzels en kleding bij kleding. Daarbij heb ik wel een gedichtje geschreven:

Lieve sint, heel erg bedankt voor al die mooie jaren,

voor al dat fraais dat ik eens kreeg, vol blijdschap mocht vergaren,

Wat was ik blij met een mooi boek of met mijn mandarijn,

Want ook een kleine kleinigheid kon toen nog goud waard zijn

Ik was het rijkste kind op aard met een boek om uit te dromen

Nu heb ik alles veel te veel, dus tijd om langs te komen

Dus nu krijgt U van mij terug om nog eens uit te delen

Dat wat ik niet meer nodig heb, en straks mag U mij mailen

Wie U er blij mee heeft gemaakt, wie U het heeft gegeven

Zo krijgt mijn oude blokkendoos toch nog een tweede leven.

Uw vroegere gelovige:

                                                       Tonneke Wagenaars

                                                                                                                                                                   

5 REACTIES

  1. Wat een prachtige herinnering, mijn oude oom van 93 had het gisteren nog over dezelfde beleving en ik kan me er ook heel goed in terugvinden. Jammer dat het heden ten dage heel anders lijkt te verlopen. Geniet van de herinneringen zolang het onderwerp nog ter sprake kan worden gebracht!!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in