Home Bestuur & politiek Verslag Interpellatiedebat de Speeldoos 2

Verslag Interpellatiedebat de Speeldoos 2

Mevrouw van Wiggen SP vroeg zich o.a. af waarom de gemeente gekozen had voor de verwerving van het onroerend goed per 1 januari 2020 en niet later in het jaar en vroeg zich af waarom het nieuwe bestuur van de Speeldoos niet langer de gelegenheid had gehad over het voorstel na te denken.

Mevrouw Vos CDA vond de toonzetting in de Raadsinformatiebrief van 15 januari j.l. niet de juiste. “C’est le ton qui fait la musique” zo memoreerde zij en vond dat het college daarmee de hakken gelijk in het zand zette. Zij zag in die brief ook geen ruimte voor het nieuwe bestuur, dat per 4 november 2019 was aangetreden.En in de brief naar het bestuur toe werd alleen gesproken over het vastgoed en verder niet over het Cultureel Centrum de Speeldoos. In een interview in het Brabants Dagblad op 24 januari jl. bleek dat het vorige bestuur van De Speeldoos eerder niet onwelwillend stond tegenover de verkoop. Zij vond dat het college een valse start had gemaakt richting het nieuwe bestuur.

Mevrouw Wiegant D66 vond dat het college gelijk had gekozen voor een ‘ramkoers’ en vond dat het college gefaald had in de uitvoering van de motie van 18 april 2019. Zij vond het een ongekend ‘machtsvertoon’ wat door het college werd tentoongespreid en vond dat het college geen oog had voor het cultureel veld.

De coalitie was unaniem positief.
De heer Versteeg GB vond dat het college op de goede weg was en dat zij als raad achter het standpunt van het college gebleven waren en volledig transparant zijn geweest.

Mevrouw Sprik PvdA/GL vond dat haar fractie in het verloop van het proces tot verwerving veel inzicht had gekregen in het proces. Er was een hoge mate van transparantie tussen het college en De Speeldoos. Zij was wel bezorgd hoe De Speeldoos de financiële problemen ging aanpakken nu zij afgezien hadden van de verwerving van het onroerend goed door de gemeente.

De heer du Maine VVD was heel stellig. Hij zag de nodige wispelturig heid bij het bestuur van De Speeldoos. Hij vond dat de gemeente zijn hand had uitgestoken over de toekomst van het cultureel centrum maar dat deze niet aangepakt was door De Speeldoos. Hij miste realiteitszin bij het bestuur van De Speeldoos.

In zijn beantwoording gaf weth. Van de Ven aan dat de gemeente in het overleg met De Speeldoos een faciliterende houding had aangenomen. Verder zei dat het contact in het zakelijk overleg goed was. Hij gaf ook aan dat het college in de raadsvergadering van 18 april 2019 de eerste financiële nood bij De Speeldoos toen hebben opgelost. De datum van verwerving per 1.1.2020 was gekozen om o.a. andere verenigingen duidelijkheid te geven. Verder meldde hij dat de verwerving van het onroerend goed niet de intentie was van het college, maar dit was puur gedaan omdat De Speeldoos geen financiële ruimte had om o.o. onderhoud te betalen. De wethouder gaf aan dat hij de beleving had bij de onderhandelingen met De Speeldoos dat zij elkaar dicht hadden genaderd voor een oplossing maar dit blijkbaar bij het nieuwe bestuur niet zo lag. “Het college respecteert het besluit van het bestuur van De Speeldoos maar de verantwoorde lijkheid ligt nu bij De Speeldoos.”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in