Home Bestuur & politiek Bestemmingsplan “De Braacken van Mariënhof” roept vragen op

Bestemmingsplan “De Braacken van Mariënhof” roept vragen op

In verband met de afwezigheid van de CDA fractie tijdens de raadsvergadering van 17 september heeft de fractie diverse vragen schriftelijk ingediend over dit onderwerp met het verzoek deze uiterlijk in de eerste week van oktober te beantwoorden. Deze vragen hebben betrekking op de transparantie bij de ontwikkeling van dit gebied, het woningbouwprogramma, de aanpassing van de plannen op deze locatie en de participatie die niet plaatsgevonden heeft bij de planontwikkeling. In de samenwerkingsovereenkomst, die op 31 maart 2020 is gesloten, staat bij het woningbouwprogramma dat de woningen maximaal 650.000 VON mogen kosten exclusief de kosten voor een keuken, kosten inrichting, inrichting tuin en erfafscheiding. Eveneens mogen een aantal woningen nog duurder in de markt gezet worden. Bovendien geldt er een indexering van 3,5% vanaf 8 mei 2018. De vraag is waarom deze indexering geldt vanaf 8 mei 2018, terwijl de samenwerkingsovereenkomst pas op 31 maart 2020 gesloten is. Bij het vaststellen van het woningbouwprogramma werd steeds gesteld dat deze locatie niet meetelt in de 40-40-20 regel uit het coalitieakkoord. Want hier zou sprake zijn van een reeds gesloten overeenkomst. De vraag hierover gaat over het feit dat er slechts een intentieovereenkomst lag en geen samenwerkingsovereenkomst. De fractie vraagt het college of zij het met het CDA eens zijn dat dit misleidend is geweest. Tevens willen zij weten waarom de raad hier nooit over is geïnformeerd. Al enkele jaren heeft het CDA meermaals gevraagd of er nog mogelijkheden waren tot aanpassing van de plannen op deze locatie, wat volgens het college niet meer mogelijk was. Volgens het CDA was er alleen een intentieovereenkomst met slechts een voorlopig plan, waarin verwezen wordt naar een nader te sluiten overeenkomst. Dit duidt erop dat er wel degelijk mogelijkheid was tot aanpassing. Het CDA haalt hierover de intentieovereenkomst aan: “Ontwikkelaar en de gemeente sluiten een nadere overeenkomst waarin zij nadere regelingen treffen over de inrichting van de locatie, het stedenbouwkundige ontwerp, de maximale verkoopprijs van woningen en percelen, bouw- en woonwijk maken, planschade, de eigendom van het openbaar gebied na de oplevering van de woningen en overige relevante zaken”. In deze overeenkomst staat ook dat de ontwikkelaar verantwoordelijk is voor het betrekken van omwonenden en belanghebbenden bij de ontwikkeling doch dat daarover geen beleid bij de gemeente is, waaraan de ontwikkelaar zich dient te houden. Ontwikkelaar stelt de gemeente in de gelegenheid een zienswijze te geven over de voorgenomen wijze van participatie (art 12, lid 2)”. De vraag aan het college is hoe zij een zienswijze kunnen geven op een voorgenomen wijze van participatie, terwijl de woningen al in de verkoop staan. Volgens het CDA is hierdoor participatie niet meer mogelijk.Sterker nog in dit project is totaal geen participatie geweest. Tenslotte is het CDA van mening dat het hele traject van deze locatieontwikkeling niet open en transparant is gelopen en dat er geen sprake is geweest van participatie in welke vorm dan ook en dat de raad onvolledig, onvoldoende en verkeerd is geïnformeerd .

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in